DRAGEN

Dragen

 

Praktisch en dichtbij. Kindjes die gedragen worden in doeken of dragers huilen minder, slapen beter en ontwikkelen zich beter. Gelukkig herontdekken we de voordelen van het dragen van kinderen.

 

 

 

 

 

Een kind in de draagdoek of babydrager is dichtbij de volwassenen die voor hem zorgen: het hoort de hartslag van de drager, ruikt en voelt diens nabijheid en stemt zijn eigen lichaamsfuncties hierop af. Het kind is ook dichter bij de andere mensen in de omgeving. Zo is de baby betrokken bij het leven van alle dag, maar komen de indrukken dankzij de doek/drager gefilterd en gedempt binnen. Op deze manier behoed je het kind voor teveel prikkels, die anders voor stress kunnen zorgen bij jonge kinderen. Elke vorm van dragen geeft je baby deze veiligheid en geborgenheid.

 

Toch is er ook het ergonomische aspect van dragen, dat er toe leidt dat een kind zich lichamelijk beter kan ontwikkelen. Ook voor de drager zelf is dit belangrijk: voor hen zorgt ergonomisch dragen ervoor dat hun spieren beter ontwikkelen. Op die manier zorgt het dragen van je kindje voor een betere rughygiëne.

 

De volgende vuistregels zijn hierbij onontbeerlijk:

• Draag steeds voldoende dicht bij het eigen lichaam, zodat je zwaartepunt niet buiten je lichaam komt te liggen.

• De benen van de baby steeds in de spreid/hurk-houding, ook wel kikkerhouding genoemd.

• Zorg dat de rug van het kind voldoende ondersteund wordt door de drager, waarbij de natuurlijke kromming van de ruggengraat gerespecteerd wordt.

• Behoud steeds 2 vingers ruimte tussen de kin en de borst van (jonge) baby's, zodat ze vrij kunnen ademen.

• Draag je je kindje steeds rechtop in de doek of drager en niet in liggende positie (ook wel banaanhouding genoemd)! Zo gauw je baby het toelaat draag je je kindje met de beentjes buiten de doek, hiermee hoef je geen maanden te wachten.